Hoe zijn de Zweden?

Het idee om iets te schrijven over de Zweedse mentaliteit en die te vergelijken met die in Vlaanderen komt voort uit een zoektocht op internet, waardoor ik de Culturele Wereldkaart van Inglehart-Wenzel weer voor ogen kreeg.

Het is ontegensprekelijk zo dat Zweden en Vlamingen op veel punten grote gelijkenissen vertonen, maar ook dat ze op sommige gebieden erg verschillen. Dat was mij lang geleden al eens opgevallen op een zomerreis in Zuid-Europa, toen wij een drietal Zweedse families ontmoetten, die in hetzelfde hotel als wij verbleven. Er was toen helemaal nog geen sprake van naar Zweden te verhuizen. Ik was er nog nooit geweest, maar het land interesseerde mij wel. Daarom probeerde ik met die Zweden in contact te komen. In de bar, op het terras, aan het zwembad. Maar dat was een hopeloze zaak. De Zweden leefden in hun eigen bubbel en hadden geen behoefte aan contact met andere reizigers. Ik kreeg zelfs sterk de indruk dat ze mij heel bewust negeerden. Dat is mij altijd blijven intrigeren, want ik herinner het mij nog erg levendig.

Later, toen ik hier al woonde, had ik enkele keren gelijkaardige ervaringen. De trein had heel veel vertraging en om de tijd te doden sprak ik een Zweedse vrouw aan, die in de buurt stond. Ik vroeg haar of die trein regelmatig vertraging had. Ze bekeek mij verschrikt, zei niets en ging aan de andere kant van het perron staan. Sindsdien heb ik geleerd dat een onbekende aanspreken eigenlijk alleen gedaan wordt om iets concreets te vragen, na eerst beleefd gepolst te hebben of je iets mag vragen. Het is zelfs zo dat de Zweden er zelf mee lachen. Ik zag een cartoon waarop drie Zweden op de bus stonden te wachten in Coronatijden: één in het bushokje en de andere twee buiten aan weerszijden van het hokje. De volgende tekening was na Corona. Geen enkel verschil. Met een boutade zeggen de Zweden dat het tijd wordt dat Corona voorbij is. Want nu kunnen ze eindelijk weer drie meter van elkaar gaan staan in plaats van die anderhalve meter onder Corona.

In de realiteit geldt dit natuurlijk niet voor de meeste Zweden, zodat niemand schrik hoeft te hebben om het land te bezoeken. Zweden zijn over het algemeen zeer vriendelijk en behulpzaam, en ze praten zeer goed Engels.

Maar als je hier meer dan zeven jaar woont vallen de verschillen toch duidelijk op. Het is niet gemakkelijk om naar Zweden te emigreren en zich te integreren in zijn omgeving. Zeker niet als je als Vlaams of Nederlands koppel naar hier komt. Velen voelen zich na jaren nog steeds erg geïsoleerd, hoewel ze niet te klagen hebben van de vriendelijkheid of behulpzaamheid van buren of kennissen. Voor mij is het iets gemakkelijker omdat ik via Barbro gemakkelijker in contact kom met de mensen. Het is zelfs voor rasechte Zweden niet eenvoudig om te verhuizen naar een andere streek en zich daar te integreren.

Ik wil even terugkomen op die Culturele Wereldkaart van Inglehart-Wenzel:

Die plaatst de bevolkingen van verschillende landen op een kaart. Hoe meer naar links, hoe meer de mensen bezig zijn met overleven. Rechts vindt men samenlevingen die rijk genoeg zijn en die tijd hebben om zich bezig te houden met zelfexpressie. Onderaan vindt men de landen waar de traditionele waarden heel belangrijk zijn, bovenaan landen die seculier zijn, waar iedereen het recht heeft zijn leven in te richten volgens zijn eigen inzichten. Uiteraard zijn dit tendensen, die niet gelden voor iedereen, maar voor de meerderheid van de bevolking.

Men kan heel wat interessante dingen afleiden uit deze kaart. Sommige zijn voor de hand liggend. Zo vindt men bijvoorbeeld een aantal arme, streng Islamitische landen uit Afrika links onder: bezig met overleven, sterk traditioneel.

Maar ik wil mij focussen op België en Zweden.

België vind je ongeveer in het midden, iets naar rechts. Dit verbaast mij niet: de meeste mensen zijn niet erg traditioneel en ze zijn bezig met zelfontplooiing.  Maar Zweden staat eenzaam rechts boven. Het is dus een buitenbeentje. De meerderheid is erg seculier en niet traditioneel (ondanks midsommar en Lucia, de kerstmistradities… Maar die kan je misschien beter onder de noemer folklore gaan rangschikken). En ze zijn heel erg bezig met zichzelf en hun eigen ontplooiing. Je zou hen ietwat simplistisch kunnen beschrijven als onafhankelijke individualisten.

Dat is niet in tegenspraak met de sterke sociale zekerheid in het land en de politiek van eindeloos praten en compromissen maken. Als je hier leeft ben je zeker dat je niet te veel tijd hoeft te steken in die dingen: als je ziek wordt, word je verzorgd en de politiek komt wel altijd met een redelijke oplossing die voor de overgrote meerderheid aanvaardbaar is.

Er is wel een verschil tussen het noorden van het land, waar wij wonen, en de grote steden en dichter bevolkte gebieden in het zuiden. Deze laatste zijn meer internationaal gericht en hebben zich wat meer aangepast aan het West-Europese eenheidsmodel. Maar hier in het noorden leven mensen dikwijls ver van elkaar en ze kunnen zonder problemen leven zoals ze willen. Als ze dat willen hoeven ze niemand te ontmoeten.

Wat is mijn ervaring nu, na meer dan zeven jaar hier wonen? Wat mis ik?

Het vergt jaren vooraleer het duidelijk wordt: in Zweden is het extreem moeilijk echte vrienden te maken, zoals wij die kennen in België. Zweden zijn individualisten en houden hun ideeën liever voor zichzelf als ze voelen dat ze in conflict kunnen komen met anderen. Ze blijven vriendelijk en knikken als je iets zegt waar ze het niet mee eens zijn. Maar ze zullen je niet tegenspreken.

Voor een Vlaming lijkt dit alsof ze instemmen, maar dat is maar schijn.

Maar voor Zweden is het wel duidelijk: ze lezen moeiteloos de subtiele tekens als iemand niet instemt met wat ze zeggen. Vergeleken daarmee zijn wij analfabeten, die die taal helemaal niet begrijpen.

En ze hebben het zeer moeilijk om over hun gevoelens te praten, zeker de mannen. Het is niet verwonderlijk dat de film “Geschreeuw en Gefluister” uit 1972 door de Zweedse regisseur Ingmar Bergman gemaakt is. De film gaat over drie zussen. Eén van hen is stervende en de andere twee staan haar bij. Maar ze blijven ondanks alles kil en gereserveerd. Erg confronterend, maar ook erg begrijpelijk voor Zweden.

Maar nogmaals: dit geldt niet voor alle Zweden. Er zijn heel veel uitzonderingen, zoals overal!

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Wachttijden in de gezondheidszorg

Ik had het al vroeger over de gezondheidszorg in Zweden. Over de maximumfactuur voor doktersbezoeken en die voor medicijnen. Bovendien zijn de ligdagen in het ziekenhuis en vele andere diensten, maar ook hoorapparaten, enz… zeer goedkoop. Alles wordt voor het grootste deel betaald door belastinggeld. Schitterend!

Maar iedere medaille heeft een keerzijde. En hier in het noorden is dat nog veel meer uitgesproken dan in het dichtbevolkte zuiden. Het gaat over de wachttijden in de gezondheidszorg.

Die zijn lang, soms zeer lang. Je zal maar problemen hebben met de knieën of heupen. En dan pijnlijke maanden moeten wachten op een operatie.

Uiteraard kan je ook naar spoed gaan voor dringende en levensbedreigende gevallen.

Je kan zelf vergelijken met de toestand in België of Nederland.

De volgende cijfers werden bepaald in november 2021. Waarschijnlijk zal de pandemie hier wel enige invloed op hebben. Maar niet zoveel, want van corona was tot nu toe niet zoveel te merken hier in het noorden.

Tussen patiënt en ziekenhuis staat de vårdcentral, een soort polykliniek. Daar kan je telefonisch een doktersbezoek plannen, want huisdokters zijn hier praktisch niet. Die dokter kan je doorsturen naar een specialist in het ziekenhuis.

Bij deze cijfers stel ik mij telkens voor dat ik het ben, die een medisch probleem heb: ik voel mij erg ziek of ik heb heel veel pijn.

80% van de patiënten krijgt telefonisch contact met de vårdcentral op dezelfde dag. Dat zou 100% moeten zijn…

82% wordt onderzocht door medisch personeel (dat kan ook een verpleegkundige zijn!) binnen de drie dagen na telefonisch contact. Dat wil dus zeggen dat 18% langer moet wachten dan drie dagen op een onderzoek.

75% krijgt een afspraak met een specialist in het ziekenhuis binnen de 90 dagen na doorverwijzing door de vårdcentral.

61% krijgt een operatie of een andere gespecialiseerde behandeling binnen 90 dagen na het bezoek aan de specialist. Dat wil dus zeggen dat 39% langer moet wachten!

Hoe lang dan? Dat hangt ervan af. Maar het is wel zo dat je het recht hebt, als de maximum wachttijd van 90 dagen overschreden wordt, zelf een ander ziekenhuis te zoeken waar de behandeling sneller kan gebeuren. In dat geval heb je het recht terugbetaling te vragen door je regio van de extra kosten, die je maakt. Dat zijn meestal verplaatsingskosten. En dat kan oplopen.

Veronderstel bijvoorbeeld dat je een heupoperatie niet kan krijgen in de eigen regio binnen de 90 dagen. Dan kan je een ander ziekenhuis zoeken, waar ze de operatie wel binnen de 90 dagen kunnen doen. Dan kan je je regio onder druk zetten: en dat werkt! Veronderstel dat je een operatie kan krijgen in het zuiden van het land binnen de wachttijd. Dat kan 1000 km ver zijn. Dan moet je regio het vervoer daarheen betalen: trein, bus en eventueel taxi. Maar ze betalen ook je reis terug. En dat is natuurlijk met de ziekenwagen. En dat kan aardig oplopen!

Het kan hier dus erg tegenvallen met de niet dringende ziekenzorg. Gelukkig ben ik als gepensioneerde nog steeds aangesloten bij een Belgische mutualiteit, zodat ik indien nodig naar België kan reizen om daar behandeld te worden. Of terug te verhuizen als het nodig is…

Geplaatst in Uncategorized | 14 reacties

Sankta Lucia in Zweden

13 december is een speciale dag in Zweden. Op deze dag wordt namelijk de heilige Lucia gevierd, net zoals in vele andere landen. Maar in Zweden is die viering veel uitbundiger, met heel wat vaste gewoonten waar heel veel interessante dingen over te zeggen zijn. Het is geen officiële feestdag, maar op vele universiteiten en hogescholen worden grote eetmalen georganiseerd: het is de laatste gelegenheid om samen te zijn dat jaar omdat de meeste studenten daarna naar huis gaan om samen met de familie Kerstmis te vieren.

Lucia werd geboren op Sicilië rond het jaar 283, de tijd van de christenvervolgingen. Ze was een overtuigd christen en ze had de belofte van kuisheid afgelegd. Haar vader was vroeg gestorven en haar moeder wilde haar uithuwelijken aan een heiden. De moeder werd echter heel erg ziek en Lucia kreeg een visioen waarin de heilige Agatha haar beloofde dat haar moeder zou genezen als Lucia’s geloof sterk genoeg zou zijn. Het geplande huwelijk werd geannuleerd. Met het uitgespaarde geld kocht Lucia voedsel voor de armen. Haar afgewezen verloofde verklikte haar aan de gouverneur en die wou haar naar een bordeel brengen als ze haar geloof niet zou afzweren. Uiteraard weigerde ze dat, maar ze konden haar niet in beweging brengen, zelfs niet met duizend man en vijftig ossen. Daarom stapelde men hout op rondom haar en stak dat in brand. Maar ze bleef roepen dat haar geloof dat van andere christenen zou versterken. Een soldaat doorstak haar keel met een speer om haar te doen zwijgen, een andere stak haar ogen uit. Tevergeefs. Ze kon enkel sterven nadat men haar de laatste sacramenten had toegediend.

In een ander verhaal bracht ze voedsel naar de christenen in de catacomben. Om zoveel mogelijk voedsel te kunnen dragen stak ze kaarsen in een band rond haar hoofd, zodat ze beide handen vrij had.

Veel elementen uit die verhalen komen terug in de huidige Luciavieringen. Het is een interessant fenomeen, dat voor ons een beetje vreemd kan overkomen. Vooral de hardnekkigheid waarmee de Zweden vasthouden aan hun tradities is speciaal.

De traditie ontstond op het einde van de 18e eeuw rond het grootste meer, het Vänernmeer en verspreidde zich langzaam over het hele land gedurende de 19e eeuw.

Op de morgen van 13 december liep een vrouw rond in het dorp, gekleed in het wit, met een rode band rond haar middel, die het martelaarschap (bloed) van de heilige Lucia verbeeldde. Ze liep rond met kaarsen in haar haar en deelde saffraankoeken uit. Allemaal elementen uit de oude verhalen.

De moderne traditie, waarbij processies rondgaan in de Zweedse steden, startte in 1927 toen een plaatselijke krant in Stockholm een officiële Lucia verkoos voor dat jaar. De lokale pers nam dit over in het hele land. Tegenwoordig verkiezen de meesten steden in Zweden ieder jaar een Lucia. Ook scholen hebben hun Lucia en haar volgelingen. De lokale Lucia’s bezoeken shopping centra, woonzorgcentra en kerken. Ze zingen, samen met hun volgelingen, en delen saffraankoeken uit. In het Guinness Book of World Records vindt men de langste Luciaprocessie met 1200 deelnemers in de Ericsson Globe in Stockholm.

Ook jongens nemen deel aan de processie. Sommigen dragen ook een wit kleed, maar op hun hoofd hebben ze een punthoed met gouden sterren. Dat zijn de sterrenjongens. Andere zijn verkleed als de helpers van de Kerstman en dragen lantaarns. Nog anderen zijn verkleed als peperkoeken mannetjes. Zij hebben ook een paar eigen liederen, maar het zou ons te ver voeren daarover uit te weiden.

Onvermijdelijk kwamen  er de laatste jaren veel discussies over de rol van de jongens. Waarom zouden jongens geen Lucia kunnen worden? Dit in vraag stellen van ongeveer alles doet mij denken aan de hevige discussies rond Zwarte Piet. Is dit echt allemaal nodig en is dat zo belangrijk? Kunnen we niet gewoon genieten van de oude tradities zonder op alle vermeende slakken zout te leggen?

Maar alle kerkelijke feesten vinden hun oorsprong in één of ander heidens feest, dat overgenomen werd en “verchristelijkt”. Lang geleden werd rond deze periode, de donkerste van het hele jaar,  het feest van het licht gevierd. Voor mij als amateurastronoom is het donker geen probleem. De Zweden steken letterlijk overal licht aan. Niet alleen binnenin de huizen, maar ook voor de ramen en  in de tuin. Als ik noorderlicht zie moet ik eerst een hele hoop lichten gaan uitdoen vooraleer ik kan beginnen waarnemen. Ik hoop heimelijk dat de huidige hoge elektriciteitsprijzen het enthousiasme van de Zweden wat zal temperen.

Maar de duisternis was de tijd van de duivel, zodat men djävulskatter bakte op die dag. Letterlijk vertaald: duivelskatten. De verwijzing naar katten wijst op de vorm: net opgerolde katten. Dat werden dan Lussekatter (waarbij Lusse een verbastering is van Lucia). In de naam Lucia zit trouwens ook een verwijzing naar het licht. Het Latijnse woord Lux (Lucis) betekent namelijk licht.

Op de volgende foto heeft alleen die op de voorgrond een normale vorm, de andere zijn het product van mijn fantasie.

En dan is er het Lucialied. Dat is oorspronkelijk een traditioneel Napolitaans lied. Het bezingt een plaats in de pittoreske baai van Napels, Borgo Santa Lucia. Een bootsman tracht de mensen te verleiden om met hem een boottochtje te maken en te genieten van de koelte van de avond.

Hier is de versie van Luciano Pavarotti:

In de Zweedse versie kreeg het lied natuurlijk een Zweedse tekst, die een ode is aan de heilige Lucia.

Ik wil afsluiten met een speelse benadering van het fenomeen, die alles mooi samenvat: Lucia for Dummies:

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Bomen zagen

Om ons uitzicht over de baai wat ruimer te maken moeten er regelmatig bomen gerooid worden beneden bij het water. Die groeien heel snel en zouden op enkele jaren tijd het water onzichtbaar maken. Het gaat hier vooral om sparren, berken, essen, lijsterbes en els. Zolang er niets belangrijks kan geraakt worden door een vallende boom valt dat wel mee. Als een boom in de verkeerde richting zou vallen zou dat geen ramp betekenen. Misschien alleen een beetje ongemak bij het verzagen en opruimen.
Bomen zagen doe je best in de winter omdat je dan het gewicht van de bladeren niet hebt en omdat het hout droger is doordat de sapstroom stil ligt. Maar hier is dat wel een probleem door de hevige koude in de winter en de sneeuw. Die kan komen eind november en blijven liggen tot half april…
Dit jaar moesten we er dringend aan beginnen omdat we de voorbije twee jaar niets gedaan hadden door enkele hardnekkige fysieke kwaaltjes. Hoe ouder je bent, hoe sneller die komen en hoe langer ze blijven…
We kijken eigenlijk wel uit naar dit werk, want het heeft drie voordelen: je krijgt een beter uitzicht, je voorraad brandhout wordt aangevuld en het is goed voor de conditie. Je kunt je trouwens verschillende keren opwarmen als je zelf je bomen omhakt: bij het omhakken, bij het verzagen, bij het transporteren, bij het klieven, bij het opstapelen… En bij het verbranden ook natuurlijk!
Deze keer waren de om te hakken bomen niet dikker dan 30 cm, maar toch moet je voorzichtig zijn, goed materiaal gebruiken en de nodige theoretische kennis hebben. Er bestaan cursussen om het aan te leren, maar ik kreeg mijn eerste lessen van een ervaren collega van Barbro, ik las heel veel erover en ik begon met gemakkelijke bomen.
Ik zou aan niemand aanraden zomaar een kettingzaag te kopen en er aan te beginnen. Dat zou onnodige risico’s meebrengen. Om maar een voorbeeld te geven: een bepaalde zone mag je niet gebruiken omdat de zaag dan in je gezicht kan springen, met alle gevolgen van dien. Ook moet je weten hoe een kettingzaag werkt, hoe je een nieuwe ketting legt, de ketting opspant en de ketting slijpt. Het is niet onbelangrijk je smeeroliereservoir regelmatig bij te vullen. De ketting moet voortdurend gesmeerd zijn. Werken met een droge ketting is vragen om ongelukken.
Mijn eerste kettingzaag was vrij goedkoop en dat heb ik geweten: de ketting bleef niet gespannen en het opstarten van de motor was telkens een probleem. De tweede is duurder en veel beter: de ketting blijft opgespannen, het opstarten is heel simpel en voor het slijpen van de ketting heb ik een speciale tool, waardoor dat slijpen maar een paar minuutjes in beslag neemt.


Dan heb je de geschikte kledij nodig. Veel amateurs hebben het geld er niet voor over en nemen de moeite niet veiligheidskledij aan te kopen en telkens ook te gebruiken. Maar een ongeluk is snel gebeurd en kan je vreselijk verwonden. Aan je voeten heb je laarzen met stalen punt en een speciale zaagbroek waar de zaag in vastloopt en blokkeert. Stevige handschoenen en een veiligheidshelm met oorbeschermers vervolledigen de uitrusting. Je mag wel niet vergeten je veiligheidsscherm neer te klappen voor je gezicht… ;-(

Veiligheidskledij

En dan is er natuurlijk de techniek. Ik hou het hier bij de basistechniek voor het omzagen van een niet te dikke, vrijstaande boom. Je maakt alles vrij rond de boom en dan bind je een stevig, dik touw zo hoog mogelijk rond de stam. Daar kan je helper dan aan trekken zodat de boom in de juiste richting valt. Als de boom scheefgegroeid is moet je soms wat nadenken en de boom in een iets andere richting trekken dan de gewenste valrichting. Voor de kenners: een kwestie van fysica en vectoren… 😉
Je begint met een spie (valkerf)  te zagen aan de valzijde. Die is ongeveer 20% van de dikte van de boom. Dan ga je aan de andere zijde staan, je bekijkt alle mogelijke ontsnappingsroutes voor als de boom verkeerd zou vallen en dan geef je een teken aan je helper bij het touw om te tonen dat je begint met de velsnede. Terwijl de helper aan het touw trekt geef je de velsnede horizontaal, een vijftal cm hoger dan de spie. Je laat een stuk, ongeveer 10% van de dikte, onaangeroerd. Dat is de scharnier of baard die bepaalt in welke richting de boom zal vallen. En een ervaren helper kan de valrichting zelfs een beetje bijsturen tijdens het vallen.

Zaagtechniek
Klaar voor het maken van de valkerf

Dan komt het zwaarste werk: het afzagen en het verwijderen van zijtakken en top. En dan wordt de stam in stukken van gepaste lengte gezaagd. Hierbij is het belangrijk dat de zaag niet vastloopt en dat je steunbeen niet achter de zaag staat (zie foto).

Aangezien de houtblokken ongeveer 12 meter naar boven moeten gevoerd worden is dat zwaar werk. Maar we kunnen ze met de kruiwagen ongeveer halverwege brengen en dan kunnen we ze via een bosweg met de auto ophalen.
En dan volgt nog het klieven en het opstapelen. Daarvoor kochten we een elektrische kliever, die schitterend werk levert, hoewel hij helemaal niet zo duur was. Ik voeg een foto bij van één van de dikste blokken, die we zonder problemen konden klieven.

Na de noodzakelijke  droogperiode kan je dan eindelijk genieten van een gezellig, knetterend houtvuur!
En dan het panorama: is dat verbeterd na het rooien van een veertigtal bomen? Zie je het verschil?
Maar we zijn er duidelijk nog niet! Work in progress…

Voor
Na

Geplaatst in Uncategorized | 8 reacties

Sågfallet

Vandaag reden we naar Gottne, een plaatsje ongeveer 30 km van Örnsköldsvik, in noordoostelijke richting.

Het ligt aan de Utterån (in het Nederlands: Otterrivier), een zijriviertje van Moälven, de rivier die in Örnsköldsvik in zee uitmondt.
 Vrijwel alle grote plaatsen aan de Botnische Golf liggen aan de monding van één of andere rivier. De bomen, die in het binnenland gekapt werden, gooide men in de rivier. Ze werden aan de monding van de rivier door één van de vele zagerijen opgevist, gezaagd en verscheept. En daarom gingen de mensen ook daar wonen, want daar was werk en kon men geld verdienen. Voor de rest waren er weinig bestaansmogelijkheden in het Hoge Noorden.
Het snelstromende water van de rivieren werd ook gebruikt als energiebron voor andere kleine bedrijfjes langs de rivier. Die waren er ook in Gottne.
Maar in het jaar 1868 gebeurde er een ramp: door het vele smeltwater uit de bergen was er een hevige lentevloed. De boomstammen hoopten zich op en  blokkeerden de rivier. Die zocht zich een nieuwe bedding. De oude bedding is nu gekend als Döda Fallet, de dode stroomversnelling.
Op de plaat lees je een beschrijving van wat er gebeurde met de bedrijven langs de rivier, die nu verdwenen zijn. Maar op de kaart zie je de oude (Gamla fåran)  en de nieuwe rivierbeddingen uitgetekend. Op de foto zie je hoe de plaats er uitzag circa 1910. Daar is nu niet veel meer van te merken. Alles is verdwenen en de rust en de natuur zijn er teruggekeerd.

Maar de rivier en zijn oude bedding liggen er natuurlijk wel nog. Een prachtige omgeving voor een mooie wandeling.
Er was echter een groot probleem: door de verandering van bedding was er een 13 meter hoge waterval ontstaan.

Een minpuntje: de spoorwegbrug loopt net over de waterval

En dat vormde een onoverkomelijk probleem voor de zalmen, die na hun verblijf in zee terugkeren naar hun geboorteplek om daar eieren te leggen. Maar ze konden niet meer terug door de hoge waterval. Daarom bouwde de gemeente een zalmtrap, waardoor de zalmen weer terug stroomopwaarts kunnen zwemmen en springen.

De oude rivierbedding is nog zeer goed te herkennen. De rotsblokken zijn niet alleen door de gletsjers tijdens de ijstijden, maar ook door het snelstromende water gladgeslepen.

Het woud rondom is wondermooi, met hier en daar grote oppervlakken vol met wit mos.

En daarnaast ontdekten we nog andere interessante dingen tijdens deze prachtige wandeling:

Een oud, verwaarloosd timmerhus.
Als je huis aan de ene kant ligt en je schuur aan de andere, dan maak je toch je eigen spoorwegovergang?
Korstmossen kunnen van een gewoon rotsblok een kunstwerk maken.
Een rouwmantel zit te genieten van het zonnetje..

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Boottocht naar Balesudden

De zomer loopt stilaan op zijn einde. De herfst komt hier ongeveer een maand vroeger dan in Vlaanderen, in het binnenland zelfs nog sneller. Half augustus voel je al de kilte in de lucht, half september beginnen de bladeren te verkleuren. Enkele dagen voor de steiger opgebroken werd voor de winter besloten wij nog een laatste boot/wandeltocht te doen voor dit jaar. Want ook de boot wordt dan aan land gesleurd om te overwinteren.
Het is een grote roeiboot van 4,6 m lang, die ook geschikt is om te gebruiken met een buitenboordmotor. We kochten een Yamaha 6 pK motor. Die kan je zelf nog gemakkelijk manipuleren, plaatsen en verplaatsen. En bovendien zou een zwaardere motor niet zoveel snelheidswinst opleveren. We ontdekten dat de boot ongeveer 10 km/h gaat als je de motor laat draaien aan een rustig tempo. Met volle gas komt de voorsteven uit het water, zodat je niet meer ziet waar je heen vaart, is het geluid veel harder en erg storend, verbruikt de motor veel meer en ga je misschien 2 km/h sneller… Zinloos dus.
We besloten naar Balesudden te varen en daar over de rotsen naar boven te gaan, want Balesudden steekt 120 m boven de zee uit. Een udde is een schiereiland.
Toen het ijs verdwenen was en het land begon te rijzen kwamen de hoogste punten onder het wateroppervlak als eilandjes boven de zeespiegel uitsteken. De eilandjes werden groter en hier en daar werden ze schiereilanden. Dat verleden zie je soms nog aan de naam. Op de kaart zie je aan de overzijde van Balesudden aan de baai een ander schiereiland. Dat is Genesön, het eiland van Gene…

Het is ongeveer 9 km varen naar Balesudden, dus een klein uurtje tuffen, rondkijken en genieten van het zonnetje. Halverwege moesten we tussen de boeien varen. Je ziet op de kaart dat het daar erg ondiep is en regelmatig moet de vaargeul uitgebaggerd worden, anders zou onze baai snel veranderen in een groot meer!
We kwamen bij een mooi strandje, waar we de boot vastmaakten aan een boom. De zwemvesten lieten we achter in de boot, samen met onze laarzen. Dat kan nog in Zweden. Als je na een paar uur terugkomt ligt de boot daar nog steeds, alhoewel iemand gewoon de motor zou kunnen starten en wegvaren.

Vind je de boot?

Balesudden is een natuurreservaat. Het eerste deel van de wandeling loopt door een prachtig, ongerept bos. Dan kom je bij een prachtig meer met kristalhelder water. Tijd om de dorstigen  te laven: je schept gewoon met je houten drinkbeker water uit het meer en je drinkt het op…

Balestjärn

Voorbij het meer begint het pad meer en meer te stijgen. Je gaat door rotspartijen, die zoals op de meeste plaatsen hier, rondgeslepen zijn door de gletsjers. Dat maakt het aangenaam en gemakkelijk om te wandelen. Geen echt klauterwerk hier. Op het hoogste punt zijn er praktisch alleen nog rotsen, met hier en daar nog een dappere boom die (voorlopig nog) overleeft.

De rode kleur van de rotsen valt op. Dat is Nordingrågraniet, dat alleen hier in de streek voorkomt.

Daar heb je dan ook een prachtig uitzicht over de Höga Kust, met de ontelbare eilanden. Zee in drie richtingen. Een ideale plaats om te lunchen.
En dan is het tijd om via dezelfde weg terug te keren, deze keer met de open zee in de rug…

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Karljohanjaar

Het is een karljohanjaar, zeggen de Zweden. Dat betekent dat er dit jaar uitzonderlijk veel Karljohan paddenstoelen te vinden zijn in het bos. Die zijn in Vlaanderen en Nederland bekend als Eekhoorntjesbrood of met hun Italiaanse naam Porcino (meervoud: Porcini); in het latijn heet de soort Boletus Edulis. Het zijn consumptiepaddenstoelen bij uitstek en ze zijn bijna onmogelijk de verwarren met giftige soorten. Hoogstens kan een onoplettende leek ze verwarren met de Bittere Boleet. Als die in je maaltijd sukkelt, dan kan je die weggooien. De smaak laat geen twijfel toe, maar giftig zijn ze niet.
Je kan deze paddenstoelen gewoon kopen in de groentenwinkel en er bestaan heel veel recepten met Eekhoorntjesbrood. Men kan ze in schijfjes snijden en drogen of in stukjes bakken in boter en room, met peper en zout. Een basis voor een heerlijke saus of in een omelet.
Maar er gaat natuurlijk niets boven een zelf geplukte portie. Dan komt het oeroude instinct van de mens als jager-verzamelaar weer boven!

Maar hoe komt de paddenstoel aan zijn Zweedse naam Karljohan?
Ik vermeldde dit reeds vroeger, maar nu gaan we er wat dieper op in. We moeten terug in de tijd. In het begin van de negentiende eeuw zat Zweden met een probleem: ze zaten zonder kroonprins. De kandidaat uit Denemarken had het loodje gelegd en de Zweden gingen raad vragen in Frankrijk, aan Napoleon. Die stelde iemand aan om de kwestie op te lossen en die kwam aandraven met Jean-Baptiste Jules Bernadotte, een generaal van de keizer met een goede reputatie. Deze aanvaardde het aanbod en werd in 1810 kroonprins van Zweden onder de naam Karl Johan. Hij fungeerde als regent van de zieke koning Karl XIII tot hij in 1818 tot koning Karl XIV Johan gekroond werd. Tot de nazaten van deze Bernardotte behoren de koningshuizen van Zweden, Noorwegen, Denemarken, België en het Groothertogdom Luxemburg (de laatste twee via Koningin Astrid, moeder van Boudewijn, Albert en Josephine Charlotte).
Het verhaal doet de ronde dat men op een dag klaagde dat de gewone Zweden arm waren en veel honger leden. De koning zou gezegd hebben: “Hoe kan dat nu, de bossen staan vol voedsel?”. Zo leerden de Zweden zich voeden met deze paddenstoel en uit dankbaarheid gaven ze hem  de naam van de koning.

Er zijn inderdaad jaren, waarin deze paddenstoelen overvloedig voorkomen. Ze komen tijdens de zomer in golven. Ze zijn heel gemakkelijk te herkennen met hun diepbruine hoed en dikke steel.
Toch is het best van te zoeken naar jonge exemplaren. De oudere kunnen een hoed hebben, die wel 30 cm breed is. Op de volgende foto zie je dat de steel dan vezelig wordt en hij dikwijls aangevreten is door slakken. De sporenbuisjes onderaan, die eerst wit zijn, worden dan geel.

Het is best de paddenstoelen te reinigen in het bos. Met een borsteltje kan men dan de aarde afvegen.

Je hoeft meestal geen grote afstanden af te leggen. Ze komen dikwijls in groepen voor.

Een uurtje plukken levert een grote oogst op.

Maar daarmee is het natuurlijk nog niet gedaan. Als je thuiskomt ben je nog een aantal uurtjes zoet met het reinigen, in stukjes snijden en stoven van de oogst. Je kan die dan in porties invriezen.

Nog een anekdote: toen we terugkeerden naar de auto zagen we in de verte een eland staan. Toen we naderden verwonderden we ons erover dat hij zo bewegingsloos was. En toen we nog dichter kwamen zagen we dat we toch niet zo goed gekeken hadden…

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Herschilderen van het huis

In Noord-Zweden is hout het meest gebruikte bouwmateriaal. De reden ligt voor de hand: hout is hier overvloedig beschikbaar en dus relatief goedkoop. Het aanvoeren van baksteen is een dure aangelegenheid. Bovendien is niet iedere baksteensoort bestand tegen de strenge vorst. Een houten huis moet goed geventileerd worden om schimmelvorming te voorkomen. De buitenkant moet geverfd worden om rot te vermijden en om het hout te beschermen tegen insecten en andere parasieten.

Sinds de 16e eeuw gebruikt men al het Falu röd. Iedereen kent de karakteristieke rode huizen uit Scandinavië.

Dit is een steeds weerkerende discussie tussen Barbro en mij: zij spreekt van rode huizen (zoals alle Zweden), ik hou het bij bruin. Aan u om uw eigen oordeel te vormen. Het was een manier om een houten huis een beetje de kleur van baksteen te geven, want baksteen was duur en dus chic. Maar het was vooral goedkoop.

De verf wordt gemaakt met ertsafval uit de kopergroeven in Falun (in Dalarna). Die bestaan al sinds de Vikingtijd (9e eeuw!). Het ertsafval wordt gebrand en gemalen en dan gemengd met o.a. lijnolie. De rode (bruine?) kleur komt van ijzeroxiden. Deze suspensie wordt dan uitgesmeerd over het hout. Voor het herschilderen worden de planken eerst grondig afgeborsteld om alle losse deeltjes te verwijderen.

De oude kopermijnen in Falun sloten in 1992 en zijn nog altijd te bezoeken. Het bezoek voert je ondergronds en is zeker de moeite waard. Wij bezochten de mijn tien jaar geleden.

Maar veel huizen zijn geschilderd met houtverf. De gebruikte kleuren zijn natuurlijk mode- en smaakgebonden. Zo vindt men witte, gele, groene, blauwe, roze, grijze en zelfs zwarte huizen. In zachte, maar ook hevige tinten. Het geeft alleszins wat afwisseling in het landschap.

Een uitweiding over de soorten verf en hoe ze zouden moeten gebruikt worden zou mij te ver voeren: dat is het onderwerp van een steeds voortdurende discussie onder “kenners”. Maar het is een feit dat huizen regelmatig moeten herschilderd worden. Men raadt aan dat te doen om de tien tot vijftien jaar. Maar dat hangt natuurlijk ook  af van de kwaliteit van de verf en het schilderwerk. En ook van de ligging van het huis, dus de inwerking van wind en regen.

Bij ons was het meer dan twintig jaar geleden. Daardoor waren er hier en daar planken, die aangetast waren en die moesten vervangen worden.

Veel Zweden doen dat schilderwerk zelf. Maar dat valt niet te onderschatten: men moet een stelling bouwen. Die moet gehuurd worden voor lange tijd, want een huis herschilderen is meestal een meerjarenplan voor een amateur. Sommigen doen zelfs maar  één kant per jaar. Zo kan je natuurlijk bezig blijven. Wij hebben geleerd dat op onze leeftijd steeds terugkerende bewegingen best vermeden worden, zoals verf strijken of oude verf afschuren. Dat leidt alleen maar tot blessures, die maanden kunnen aanslepen.

We kozen er dus voor een vakman te vragen. Onze vertrouwde timmerman raadde ons een betrouwbare schilder aan en we stelden hem aan als uitvoerder. Op die manier kon de timmerman afspreken met de schilder zonder onze tussenkomst. En dat verliep vlot. We lieten meteen ook het plastic dak van de veranda vervangen. Het is een moderne schilder: hij gebruikte een hoogtewerker, zodat hij geen stellingen moest aanvoeren en opbouwen. Hij kon op deze manier ook alle punten bereiken, zonder zich in bochten te moeten wringen. Op grote muuroppervlakken bracht hij de verf aan met een spuitpistool met luchtdruk. Hij hoefde daarna de verf alleen nog maar open te strijken.

Het resultaat mag gezien worden: één laag volstond en het werk ging in recordtempo: twaalf dagen voor één man.

Verf van goede kwaliteit is natuurlijk duur en vaklui zijn niet goedkoop in Zweden. Maar nu zijn we toch weer minstens voor 15 jaar gerust en een deel van de rekening wordt betaald door “Coronageld”: geld dat we uitspaarden door drie reizen naar België, die niet doorgingen, geen restaurantbezoek, geen kapper, geen bioscoop, geen terrasjes…

Ondertussen bleven we natuurlijk ook niet werkloos toekijken: we beitsten al onze tuinmeubelen en we herschilderden onze houten verandavloer. Ons huis ziet er weer uit als nieuw!

Geplaatst in Uncategorized | 9 reacties

Skeppsmalen en Skagsudde

Op een zonnige voorjaarsdag is het altijd een goed idee naar de open zee te trekken. Hier en daar ligt nog sneeuw, die fel contrasteert met de helblauwe lucht. We reden naar Skeppsmalen, een oud vissersdorpje, dat al in de 17e eeuw bestond. Het vissersbestaan was heel hard in die tijd. Het kan zwaar stormen in de Botnische golf. Maar ook de koude en het ijs waren niet te onderschatten. De lokale verhalen spreken van verschillende vissers, die het leven lieten in hevige stormen. Het dorpje ligt aan een inham in de kust, waar de boten beschermd waren tegen de grootste golven.

Tijdens de zomer kwamen vissers uit Gävle (350 km naar het zuiden) in Skeppsmalen vissen. De vis, die ze vingen, bewaarden ze in houten vaatjes met zout, zodat ze hun vangst in september konden meenamen naar huis. Ze visten vooral op strömming, de haring uit de Botnische Golf. Op een bepaald moment hadden ze te weinig zout, zodat ze minder gebruikten dan normaal. Na een aantal maanden barstten de vaatjes open omdat de vis was beginnen fermenteren. Een hevige stank verspreidde zich over de omgeving, maar de vis weggooien was geen optie. Daarvoor waren ze te arm. Er zat dus niets anders op dan de gefermenteerde vis op te eten. En het bleek dan ook nog lekker te zijn! De befaamde surströmming was geboren. In augustus 2013 schreef ik al een bericht over dit onderwerp als je er meer wilt over weten.
In het dorpje ligt een klein visserij- en surströmmingsmuseum, dat enkel tijdens de zomermaanden open is.

Skeppsmalen is een belangrijk toeristisch plaatsje omdat je nergens beter de opheffing van het land na de ijstijden kunt zien. Ik schreef reeds in een vroeger bericht dat sinds de laatste ijstijd het land hier bijna 300 m naar boven gekomen is. Dat is een meter per eeuw. Vroeger ging het zelfs nog sneller. Je ziet oude vissershuisjes, die wel vijf meter boven het water liggen. Een aantal eeuwen geleden konden ze bijna van aan de voordeur hun bootje instappen.

Skagsudde is het punt, dat verst uitsteekt in zee. En overal komen verraderlijke rotsen boven het water uit. En de toestand verandert ieder jaar. Niet te verwonderen dus dat hier een grote vuurtoren gebouwd werd.

Tussen de vuurtoren en de zee liggen honderden grote, door het ijs afgesleten rotsblokken. Vroeger lag de vuurtoren aan de zee, nu ligt de zee vele meters lager.

Je kan verschillende wandelingen doen op de vroegere zeebodem, door van rots op rots te stappen. Hier en daar staan bordjes met uitleg. Ook het zeeijs speelt hier een belangrijke rol. Het kruiende zeeijs, dat meer dan een halve meter dik kan zijn, wordt opgestuwd door de wind vanuit de zee. Enkele jaren geleden zagen we met eigen ogen dikke ijsschotsen, die verschillende meters naar omhoog staken, op vijftig  meter van de zee. Op een bepaalde plaats kan je een reusachtig gebroken rotsblok zien liggen, weggeduwd door het ijs. Vijftig meter naar de zee toe en meters lager kan je het andere stuk van dit rotsblok terugvinden… Onvoorstelbare krachten.

Aan de overkant ligt Finland.

In de kleine haven liggen ook de loodsboten, die de grote schepen begeleiden als ze door de lange baai naar Örnsköldsvik stad varen.

Het is ook een ideale plaats voor meteorologische waarnemingen. Op één van de rotsen staat een groot weerstation opgesteld. De waarnemingen kan je hier online bekijken: https://www.vackertvader.se/v%C3%A4derstation/skagsudde

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Laatste sneeuwschoenenwandeling voor deze winter.

Waarschijnlijk, want je weet nooit. Sinds half maart gaan de dagtemperaturen weer boven het vriespunt (meestal toch).

De meeste wegen zijn nu vrij van sneeuw, maar het duurt nog een tijdje voor alles weggesmolten is, want er lag meer dan een meter.

Het komt erop aan het juiste moment uit te kiezen om te wandelen. De zon zit al relatief hoog aan de hemel en de dagen duren hier alweer langer dan in België. De sneeuwkwaliteit is nu zeer slecht en je zakt er zo door met gewone wandelschoenen. Maar dank zij de nachtvorst is ze net sterk genoeg op er bovenop te lopen met sneeuwschoenen. Ook waar ijs ligt bieden de sneeuwschoenen veiligheid: onderaan zitten stalen pinnen van meer dan een centimeter lang.

We trokken naar Hummelvik, in de buurt van Skuleskogen, een half uurtje rijden naar het zuiden. Eigenlijk zijn er hier aan de Hoge Kust heel veel prachtige plaatsen om te wandelen, winter en zomer. Je ziet de tientallen eilanden telkens vanuit een andere hoek. En Coronaveilig. Tijdens de twee en een half uur durende wandeling kwamen we welgeteld niemand tegen…

De open zee is al bijna helemaal ontdooid, alhoewel onze baai nog steeds bevroren ligt.

Hier en daar drijven nog enkele ijsschotsen rond.

Hier zie je hoe dik de ijslaag op zee wel was!

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties