Bomen zagen

Om ons uitzicht over de baai wat ruimer te maken moeten er regelmatig bomen gerooid worden beneden bij het water. Die groeien heel snel en zouden op enkele jaren tijd het water onzichtbaar maken. Het gaat hier vooral om sparren, berken, essen, lijsterbes en els. Zolang er niets belangrijks kan geraakt worden door een vallende boom valt dat wel mee. Als een boom in de verkeerde richting zou vallen zou dat geen ramp betekenen. Misschien alleen een beetje ongemak bij het verzagen en opruimen.
Bomen zagen doe je best in de winter omdat je dan het gewicht van de bladeren niet hebt en omdat het hout droger is doordat de sapstroom stil ligt. Maar hier is dat wel een probleem door de hevige koude in de winter en de sneeuw. Die kan komen eind november en blijven liggen tot half april…
Dit jaar moesten we er dringend aan beginnen omdat we de voorbije twee jaar niets gedaan hadden door enkele hardnekkige fysieke kwaaltjes. Hoe ouder je bent, hoe sneller die komen en hoe langer ze blijven…
We kijken eigenlijk wel uit naar dit werk, want het heeft drie voordelen: je krijgt een beter uitzicht, je voorraad brandhout wordt aangevuld en het is goed voor de conditie. Je kunt je trouwens verschillende keren opwarmen als je zelf je bomen omhakt: bij het omhakken, bij het verzagen, bij het transporteren, bij het klieven, bij het opstapelen… En bij het verbranden ook natuurlijk!
Deze keer waren de om te hakken bomen niet dikker dan 30 cm, maar toch moet je voorzichtig zijn, goed materiaal gebruiken en de nodige theoretische kennis hebben. Er bestaan cursussen om het aan te leren, maar ik kreeg mijn eerste lessen van een ervaren collega van Barbro, ik las heel veel erover en ik begon met gemakkelijke bomen.
Ik zou aan niemand aanraden zomaar een kettingzaag te kopen en er aan te beginnen. Dat zou onnodige risico’s meebrengen. Om maar een voorbeeld te geven: een bepaalde zone mag je niet gebruiken omdat de zaag dan in je gezicht kan springen, met alle gevolgen van dien. Ook moet je weten hoe een kettingzaag werkt, hoe je een nieuwe ketting legt, de ketting opspant en de ketting slijpt. Het is niet onbelangrijk je smeeroliereservoir regelmatig bij te vullen. De ketting moet voortdurend gesmeerd zijn. Werken met een droge ketting is vragen om ongelukken.
Mijn eerste kettingzaag was vrij goedkoop en dat heb ik geweten: de ketting bleef niet gespannen en het opstarten van de motor was telkens een probleem. De tweede is duurder en veel beter: de ketting blijft opgespannen, het opstarten is heel simpel en voor het slijpen van de ketting heb ik een speciale tool, waardoor dat slijpen maar een paar minuutjes in beslag neemt.


Dan heb je de geschikte kledij nodig. Veel amateurs hebben het geld er niet voor over en nemen de moeite niet veiligheidskledij aan te kopen en telkens ook te gebruiken. Maar een ongeluk is snel gebeurd en kan je vreselijk verwonden. Aan je voeten heb je laarzen met stalen punt en een speciale zaagbroek waar de zaag in vastloopt en blokkeert. Stevige handschoenen en een veiligheidshelm met oorbeschermers vervolledigen de uitrusting. Je mag wel niet vergeten je veiligheidsscherm neer te klappen voor je gezicht… ;-(

Veiligheidskledij

En dan is er natuurlijk de techniek. Ik hou het hier bij de basistechniek voor het omzagen van een niet te dikke, vrijstaande boom. Je maakt alles vrij rond de boom en dan bind je een stevig, dik touw zo hoog mogelijk rond de stam. Daar kan je helper dan aan trekken zodat de boom in de juiste richting valt. Als de boom scheefgegroeid is moet je soms wat nadenken en de boom in een iets andere richting trekken dan de gewenste valrichting. Voor de kenners: een kwestie van fysica en vectoren… 😉
Je begint met een spie (valkerf)  te zagen aan de valzijde. Die is ongeveer 20% van de dikte van de boom. Dan ga je aan de andere zijde staan, je bekijkt alle mogelijke ontsnappingsroutes voor als de boom verkeerd zou vallen en dan geef je een teken aan je helper bij het touw om te tonen dat je begint met de velsnede. Terwijl de helper aan het touw trekt geef je de velsnede horizontaal, een vijftal cm hoger dan de spie. Je laat een stuk, ongeveer 10% van de dikte, onaangeroerd. Dat is de scharnier of baard die bepaalt in welke richting de boom zal vallen. En een ervaren helper kan de valrichting zelfs een beetje bijsturen tijdens het vallen.

Zaagtechniek
Klaar voor het maken van de valkerf

Dan komt het zwaarste werk: het afzagen en het verwijderen van zijtakken en top. En dan wordt de stam in stukken van gepaste lengte gezaagd. Hierbij is het belangrijk dat de zaag niet vastloopt en dat je steunbeen niet achter de zaag staat (zie foto).

Aangezien de houtblokken ongeveer 12 meter naar boven moeten gevoerd worden is dat zwaar werk. Maar we kunnen ze met de kruiwagen ongeveer halverwege brengen en dan kunnen we ze via een bosweg met de auto ophalen.
En dan volgt nog het klieven en het opstapelen. Daarvoor kochten we een elektrische kliever, die schitterend werk levert, hoewel hij helemaal niet zo duur was. Ik voeg een foto bij van één van de dikste blokken, die we zonder problemen konden klieven.

Na de noodzakelijke  droogperiode kan je dan eindelijk genieten van een gezellig, knetterend houtvuur!
En dan het panorama: is dat verbeterd na het rooien van een veertigtal bomen? Zie je het verschil?
Maar we zijn er duidelijk nog niet! Work in progress…

Voor
Na

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Sågfallet

Vandaag reden we naar Gottne, een plaatsje ongeveer 30 km van Örnsköldsvik, in noordoostelijke richting.

Het ligt aan de Utterån (in het Nederlands: Otterrivier), een zijriviertje van Moälven, de rivier die in Örnsköldsvik in zee uitmondt.
 Vrijwel alle grote plaatsen aan de Botnische Golf liggen aan de monding van één of andere rivier. De bomen, die in het binnenland gekapt werden, gooide men in de rivier. Ze werden aan de monding van de rivier door één van de vele zagerijen opgevist, gezaagd en verscheept. En daarom gingen de mensen ook daar wonen, want daar was werk en kon men geld verdienen. Voor de rest waren er weinig bestaansmogelijkheden in het Hoge Noorden.
Het snelstromende water van de rivieren werd ook gebruikt als energiebron voor andere kleine bedrijfjes langs de rivier. Die waren er ook in Gottne.
Maar in het jaar 1868 gebeurde er een ramp: door het vele smeltwater uit de bergen was er een hevige lentevloed. De boomstammen hoopten zich op en  blokkeerden de rivier. Die zocht zich een nieuwe bedding. De oude bedding is nu gekend als Döda Fallet, de dode stroomversnelling.
Op de plaat lees je een beschrijving van wat er gebeurde met de bedrijven langs de rivier, die nu verdwenen zijn. Maar op de kaart zie je de oude (Gamla fåran)  en de nieuwe rivierbeddingen uitgetekend. Op de foto zie je hoe de plaats er uitzag circa 1910. Daar is nu niet veel meer van te merken. Alles is verdwenen en de rust en de natuur zijn er teruggekeerd.

Maar de rivier en zijn oude bedding liggen er natuurlijk wel nog. Een prachtige omgeving voor een mooie wandeling.
Er was echter een groot probleem: door de verandering van bedding was er een 13 meter hoge waterval ontstaan.

Een minpuntje: de spoorwegbrug loopt net over de waterval

En dat vormde een onoverkomelijk probleem voor de zalmen, die na hun verblijf in zee terugkeren naar hun geboorteplek om daar eieren te leggen. Maar ze konden niet meer terug door de hoge waterval. Daarom bouwde de gemeente een zalmtrap, waardoor de zalmen weer terug stroomopwaarts kunnen zwemmen en springen.

De oude rivierbedding is nog zeer goed te herkennen. De rotsblokken zijn niet alleen door de gletsjers tijdens de ijstijden, maar ook door het snelstromende water gladgeslepen.

Het woud rondom is wondermooi, met hier en daar grote oppervlakken vol met wit mos.

En daarnaast ontdekten we nog andere interessante dingen tijdens deze prachtige wandeling:

Een oud, verwaarloosd timmerhus.
Als je huis aan de ene kant ligt en je schuur aan de andere, dan maak je toch je eigen spoorwegovergang?
Korstmossen kunnen van een gewoon rotsblok een kunstwerk maken.
Een rouwmantel zit te genieten van het zonnetje..

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Boottocht naar Balesudden

De zomer loopt stilaan op zijn einde. De herfst komt hier ongeveer een maand vroeger dan in Vlaanderen, in het binnenland zelfs nog sneller. Half augustus voel je al de kilte in de lucht, half september beginnen de bladeren te verkleuren. Enkele dagen voor de steiger opgebroken werd voor de winter besloten wij nog een laatste boot/wandeltocht te doen voor dit jaar. Want ook de boot wordt dan aan land gesleurd om te overwinteren.
Het is een grote roeiboot van 4,6 m lang, die ook geschikt is om te gebruiken met een buitenboordmotor. We kochten een Yamaha 6 pK motor. Die kan je zelf nog gemakkelijk manipuleren, plaatsen en verplaatsen. En bovendien zou een zwaardere motor niet zoveel snelheidswinst opleveren. We ontdekten dat de boot ongeveer 10 km/h gaat als je de motor laat draaien aan een rustig tempo. Met volle gas komt de voorsteven uit het water, zodat je niet meer ziet waar je heen vaart, is het geluid veel harder en erg storend, verbruikt de motor veel meer en ga je misschien 2 km/h sneller… Zinloos dus.
We besloten naar Balesudden te varen en daar over de rotsen naar boven te gaan, want Balesudden steekt 120 m boven de zee uit. Een udde is een schiereiland.
Toen het ijs verdwenen was en het land begon te rijzen kwamen de hoogste punten onder het wateroppervlak als eilandjes boven de zeespiegel uitsteken. De eilandjes werden groter en hier en daar werden ze schiereilanden. Dat verleden zie je soms nog aan de naam. Op de kaart zie je aan de overzijde van Balesudden aan de baai een ander schiereiland. Dat is Genesön, het eiland van Gene…

Het is ongeveer 9 km varen naar Balesudden, dus een klein uurtje tuffen, rondkijken en genieten van het zonnetje. Halverwege moesten we tussen de boeien varen. Je ziet op de kaart dat het daar erg ondiep is en regelmatig moet de vaargeul uitgebaggerd worden, anders zou onze baai snel veranderen in een groot meer!
We kwamen bij een mooi strandje, waar we de boot vastmaakten aan een boom. De zwemvesten lieten we achter in de boot, samen met onze laarzen. Dat kan nog in Zweden. Als je na een paar uur terugkomt ligt de boot daar nog steeds, alhoewel iemand gewoon de motor zou kunnen starten en wegvaren.

Vind je de boot?

Balesudden is een natuurreservaat. Het eerste deel van de wandeling loopt door een prachtig, ongerept bos. Dan kom je bij een prachtig meer met kristalhelder water. Tijd om de dorstigen  te laven: je schept gewoon met je houten drinkbeker water uit het meer en je drinkt het op…

Balestjärn

Voorbij het meer begint het pad meer en meer te stijgen. Je gaat door rotspartijen, die zoals op de meeste plaatsen hier, rondgeslepen zijn door de gletsjers. Dat maakt het aangenaam en gemakkelijk om te wandelen. Geen echt klauterwerk hier. Op het hoogste punt zijn er praktisch alleen nog rotsen, met hier en daar nog een dappere boom die (voorlopig nog) overleeft.

De rode kleur van de rotsen valt op. Dat is Nordingrågraniet, dat alleen hier in de streek voorkomt.

Daar heb je dan ook een prachtig uitzicht over de Höga Kust, met de ontelbare eilanden. Zee in drie richtingen. Een ideale plaats om te lunchen.
En dan is het tijd om via dezelfde weg terug te keren, deze keer met de open zee in de rug…

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Karljohanjaar

Het is een karljohanjaar, zeggen de Zweden. Dat betekent dat er dit jaar uitzonderlijk veel Karljohan paddenstoelen te vinden zijn in het bos. Die zijn in Vlaanderen en Nederland bekend als Eekhoorntjesbrood of met hun Italiaanse naam Porcino (meervoud: Porcini); in het latijn heet de soort Boletus Edulis. Het zijn consumptiepaddenstoelen bij uitstek en ze zijn bijna onmogelijk de verwarren met giftige soorten. Hoogstens kan een onoplettende leek ze verwarren met de Bittere Boleet. Als die in je maaltijd sukkelt, dan kan je die weggooien. De smaak laat geen twijfel toe, maar giftig zijn ze niet.
Je kan deze paddenstoelen gewoon kopen in de groentenwinkel en er bestaan heel veel recepten met Eekhoorntjesbrood. Men kan ze in schijfjes snijden en drogen of in stukjes bakken in boter en room, met peper en zout. Een basis voor een heerlijke saus of in een omelet.
Maar er gaat natuurlijk niets boven een zelf geplukte portie. Dan komt het oeroude instinct van de mens als jager-verzamelaar weer boven!

Maar hoe komt de paddenstoel aan zijn Zweedse naam Karljohan?
Ik vermeldde dit reeds vroeger, maar nu gaan we er wat dieper op in. We moeten terug in de tijd. In het begin van de negentiende eeuw zat Zweden met een probleem: ze zaten zonder kroonprins. De kandidaat uit Denemarken had het loodje gelegd en de Zweden gingen raad vragen in Frankrijk, aan Napoleon. Die stelde iemand aan om de kwestie op te lossen en die kwam aandraven met Jean-Baptiste Jules Bernadotte, een generaal van de keizer met een goede reputatie. Deze aanvaardde het aanbod en werd in 1810 kroonprins van Zweden onder de naam Karl Johan. Hij fungeerde als regent van de zieke koning Karl XIII tot hij in 1818 tot koning Karl XIV Johan gekroond werd. Tot de nazaten van deze Bernardotte behoren de koningshuizen van Zweden, Noorwegen, Denemarken, België en het Groothertogdom Luxemburg (de laatste twee via Koningin Astrid, moeder van Boudewijn, Albert en Josephine Charlotte).
Het verhaal doet de ronde dat men op een dag klaagde dat de gewone Zweden arm waren en veel honger leden. De koning zou gezegd hebben: “Hoe kan dat nu, de bossen staan vol voedsel?”. Zo leerden de Zweden zich voeden met deze paddenstoel en uit dankbaarheid gaven ze hem  de naam van de koning.

Er zijn inderdaad jaren, waarin deze paddenstoelen overvloedig voorkomen. Ze komen tijdens de zomer in golven. Ze zijn heel gemakkelijk te herkennen met hun diepbruine hoed en dikke steel.
Toch is het best van te zoeken naar jonge exemplaren. De oudere kunnen een hoed hebben, die wel 30 cm breed is. Op de volgende foto zie je dat de steel dan vezelig wordt en hij dikwijls aangevreten is door slakken. De sporenbuisjes onderaan, die eerst wit zijn, worden dan geel.

Het is best de paddenstoelen te reinigen in het bos. Met een borsteltje kan men dan de aarde afvegen.

Je hoeft meestal geen grote afstanden af te leggen. Ze komen dikwijls in groepen voor.

Een uurtje plukken levert een grote oogst op.

Maar daarmee is het natuurlijk nog niet gedaan. Als je thuiskomt ben je nog een aantal uurtjes zoet met het reinigen, in stukjes snijden en stoven van de oogst. Je kan die dan in porties invriezen.

Nog een anekdote: toen we terugkeerden naar de auto zagen we in de verte een eland staan. Toen we naderden verwonderden we ons erover dat hij zo bewegingsloos was. En toen we nog dichter kwamen zagen we dat we toch niet zo goed gekeken hadden…

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Herschilderen van het huis

In Noord-Zweden is hout het meest gebruikte bouwmateriaal. De reden ligt voor de hand: hout is hier overvloedig beschikbaar en dus relatief goedkoop. Het aanvoeren van baksteen is een dure aangelegenheid. Bovendien is niet iedere baksteensoort bestand tegen de strenge vorst. Een houten huis moet goed geventileerd worden om schimmelvorming te voorkomen. De buitenkant moet geverfd worden om rot te vermijden en om het hout te beschermen tegen insecten en andere parasieten.

Sinds de 16e eeuw gebruikt men al het Falu röd. Iedereen kent de karakteristieke rode huizen uit Scandinavië.

Dit is een steeds weerkerende discussie tussen Barbro en mij: zij spreekt van rode huizen (zoals alle Zweden), ik hou het bij bruin. Aan u om uw eigen oordeel te vormen. Het was een manier om een houten huis een beetje de kleur van baksteen te geven, want baksteen was duur en dus chic. Maar het was vooral goedkoop.

De verf wordt gemaakt met ertsafval uit de kopergroeven in Falun (in Dalarna). Die bestaan al sinds de Vikingtijd (9e eeuw!). Het ertsafval wordt gebrand en gemalen en dan gemengd met o.a. lijnolie. De rode (bruine?) kleur komt van ijzeroxiden. Deze suspensie wordt dan uitgesmeerd over het hout. Voor het herschilderen worden de planken eerst grondig afgeborsteld om alle losse deeltjes te verwijderen.

De oude kopermijnen in Falun sloten in 1992 en zijn nog altijd te bezoeken. Het bezoek voert je ondergronds en is zeker de moeite waard. Wij bezochten de mijn tien jaar geleden.

Maar veel huizen zijn geschilderd met houtverf. De gebruikte kleuren zijn natuurlijk mode- en smaakgebonden. Zo vindt men witte, gele, groene, blauwe, roze, grijze en zelfs zwarte huizen. In zachte, maar ook hevige tinten. Het geeft alleszins wat afwisseling in het landschap.

Een uitweiding over de soorten verf en hoe ze zouden moeten gebruikt worden zou mij te ver voeren: dat is het onderwerp van een steeds voortdurende discussie onder “kenners”. Maar het is een feit dat huizen regelmatig moeten herschilderd worden. Men raadt aan dat te doen om de tien tot vijftien jaar. Maar dat hangt natuurlijk ook  af van de kwaliteit van de verf en het schilderwerk. En ook van de ligging van het huis, dus de inwerking van wind en regen.

Bij ons was het meer dan twintig jaar geleden. Daardoor waren er hier en daar planken, die aangetast waren en die moesten vervangen worden.

Veel Zweden doen dat schilderwerk zelf. Maar dat valt niet te onderschatten: men moet een stelling bouwen. Die moet gehuurd worden voor lange tijd, want een huis herschilderen is meestal een meerjarenplan voor een amateur. Sommigen doen zelfs maar  één kant per jaar. Zo kan je natuurlijk bezig blijven. Wij hebben geleerd dat op onze leeftijd steeds terugkerende bewegingen best vermeden worden, zoals verf strijken of oude verf afschuren. Dat leidt alleen maar tot blessures, die maanden kunnen aanslepen.

We kozen er dus voor een vakman te vragen. Onze vertrouwde timmerman raadde ons een betrouwbare schilder aan en we stelden hem aan als uitvoerder. Op die manier kon de timmerman afspreken met de schilder zonder onze tussenkomst. En dat verliep vlot. We lieten meteen ook het plastic dak van de veranda vervangen. Het is een moderne schilder: hij gebruikte een hoogtewerker, zodat hij geen stellingen moest aanvoeren en opbouwen. Hij kon op deze manier ook alle punten bereiken, zonder zich in bochten te moeten wringen. Op grote muuroppervlakken bracht hij de verf aan met een spuitpistool met luchtdruk. Hij hoefde daarna de verf alleen nog maar open te strijken.

Het resultaat mag gezien worden: één laag volstond en het werk ging in recordtempo: twaalf dagen voor één man.

Verf van goede kwaliteit is natuurlijk duur en vaklui zijn niet goedkoop in Zweden. Maar nu zijn we toch weer minstens voor 15 jaar gerust en een deel van de rekening wordt betaald door “Coronageld”: geld dat we uitspaarden door drie reizen naar België, die niet doorgingen, geen restaurantbezoek, geen kapper, geen bioscoop, geen terrasjes…

Ondertussen bleven we natuurlijk ook niet werkloos toekijken: we beitsten al onze tuinmeubelen en we herschilderden onze houten verandavloer. Ons huis ziet er weer uit als nieuw!

Geplaatst in Uncategorized | 9 reacties

Skeppsmalen en Skagsudde

Op een zonnige voorjaarsdag is het altijd een goed idee naar de open zee te trekken. Hier en daar ligt nog sneeuw, die fel contrasteert met de helblauwe lucht. We reden naar Skeppsmalen, een oud vissersdorpje, dat al in de 17e eeuw bestond. Het vissersbestaan was heel hard in die tijd. Het kan zwaar stormen in de Botnische golf. Maar ook de koude en het ijs waren niet te onderschatten. De lokale verhalen spreken van verschillende vissers, die het leven lieten in hevige stormen. Het dorpje ligt aan een inham in de kust, waar de boten beschermd waren tegen de grootste golven.

Tijdens de zomer kwamen vissers uit Gävle (350 km naar het zuiden) in Skeppsmalen vissen. De vis, die ze vingen, bewaarden ze in houten vaatjes met zout, zodat ze hun vangst in september konden meenamen naar huis. Ze visten vooral op strömming, de haring uit de Botnische Golf. Op een bepaald moment hadden ze te weinig zout, zodat ze minder gebruikten dan normaal. Na een aantal maanden barstten de vaatjes open omdat de vis was beginnen fermenteren. Een hevige stank verspreidde zich over de omgeving, maar de vis weggooien was geen optie. Daarvoor waren ze te arm. Er zat dus niets anders op dan de gefermenteerde vis op te eten. En het bleek dan ook nog lekker te zijn! De befaamde surströmming was geboren. In augustus 2013 schreef ik al een bericht over dit onderwerp als je er meer wilt over weten.
In het dorpje ligt een klein visserij- en surströmmingsmuseum, dat enkel tijdens de zomermaanden open is.

Skeppsmalen is een belangrijk toeristisch plaatsje omdat je nergens beter de opheffing van het land na de ijstijden kunt zien. Ik schreef reeds in een vroeger bericht dat sinds de laatste ijstijd het land hier bijna 300 m naar boven gekomen is. Dat is een meter per eeuw. Vroeger ging het zelfs nog sneller. Je ziet oude vissershuisjes, die wel vijf meter boven het water liggen. Een aantal eeuwen geleden konden ze bijna van aan de voordeur hun bootje instappen.

Skagsudde is het punt, dat verst uitsteekt in zee. En overal komen verraderlijke rotsen boven het water uit. En de toestand verandert ieder jaar. Niet te verwonderen dus dat hier een grote vuurtoren gebouwd werd.

Tussen de vuurtoren en de zee liggen honderden grote, door het ijs afgesleten rotsblokken. Vroeger lag de vuurtoren aan de zee, nu ligt de zee vele meters lager.

Je kan verschillende wandelingen doen op de vroegere zeebodem, door van rots op rots te stappen. Hier en daar staan bordjes met uitleg. Ook het zeeijs speelt hier een belangrijke rol. Het kruiende zeeijs, dat meer dan een halve meter dik kan zijn, wordt opgestuwd door de wind vanuit de zee. Enkele jaren geleden zagen we met eigen ogen dikke ijsschotsen, die verschillende meters naar omhoog staken, op vijftig  meter van de zee. Op een bepaalde plaats kan je een reusachtig gebroken rotsblok zien liggen, weggeduwd door het ijs. Vijftig meter naar de zee toe en meters lager kan je het andere stuk van dit rotsblok terugvinden… Onvoorstelbare krachten.

Aan de overkant ligt Finland.

In de kleine haven liggen ook de loodsboten, die de grote schepen begeleiden als ze door de lange baai naar Örnsköldsvik stad varen.

Het is ook een ideale plaats voor meteorologische waarnemingen. Op één van de rotsen staat een groot weerstation opgesteld. De waarnemingen kan je hier online bekijken: https://www.vackertvader.se/v%C3%A4derstation/skagsudde

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Laatste sneeuwschoenenwandeling voor deze winter.

Waarschijnlijk, want je weet nooit. Sinds half maart gaan de dagtemperaturen weer boven het vriespunt (meestal toch).

De meeste wegen zijn nu vrij van sneeuw, maar het duurt nog een tijdje voor alles weggesmolten is, want er lag meer dan een meter.

Het komt erop aan het juiste moment uit te kiezen om te wandelen. De zon zit al relatief hoog aan de hemel en de dagen duren hier alweer langer dan in België. De sneeuwkwaliteit is nu zeer slecht en je zakt er zo door met gewone wandelschoenen. Maar dank zij de nachtvorst is ze net sterk genoeg op er bovenop te lopen met sneeuwschoenen. Ook waar ijs ligt bieden de sneeuwschoenen veiligheid: onderaan zitten stalen pinnen van meer dan een centimeter lang.

We trokken naar Hummelvik, in de buurt van Skuleskogen, een half uurtje rijden naar het zuiden. Eigenlijk zijn er hier aan de Hoge Kust heel veel prachtige plaatsen om te wandelen, winter en zomer. Je ziet de tientallen eilanden telkens vanuit een andere hoek. En Coronaveilig. Tijdens de twee en een half uur durende wandeling kwamen we welgeteld niemand tegen…

De open zee is al bijna helemaal ontdooid, alhoewel onze baai nog steeds bevroren ligt.

Hier en daar drijven nog enkele ijsschotsen rond.

Hier zie je hoe dik de ijslaag op zee wel was!

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Het is koud

Het is bijna een maand geleden sinds mijn laatste bericht over de blizzard.
Sindsdien heeft het weinig gesneeuwd en is het weer rustig gebleven. Een standvastig hoge drukgebied over Scandinavië bezorgt ons voortdurend rechtstreekse polaire lucht pal uit het noorden.
En dat voel je. De temperaturen schommelen tussen -5 en -20 °C. Eénmaal was het zelfs -23 °C. En dan blijf je liever binnen, zeker als het flink waait. Je kan wel al zien dat de dagen nu heel snel langer beginnen te worden: 6 minuten per dag. De zon komt al een stuk hoger en daardoor zijn de dagtemperaturen een paar graden hoger dan de nachttemperaturen.

De dieren zijn hongerig: de vogels vliegen af en aan naar de voederbuis. Sporen van elanden komen tot op enkele meter van het huis, reeën komen eten van de coniferen, op enkele meter van het raam.

Door de bijtende koude is de open zee nu ook voor een groot deel bevroren. Op de ijskaart zie je het noordelijk deel van de Botnische Golf met de kwaliteit van het ijs en de ijsdiktes. Je ziet ook de namen van de ijsbrekers, die verantwoordelijk zijn voor het openhouden van de vaargeulen in hun deel van de zee. Onze baai is aangeduid met een witte pijl. De grijze kleur duidt op compact ijs met een dikte van een halve meter of meer. Daar kan een vrachtwagen op rondrijden zonder probleem.
Als je klikt op de foto zie je hem trouwens groter.

De baai lijkt piepklein op de kaart, maar dat is in werkelijkheid wel anders. Op de volgende foto sta ik in het midden van de baai. De heuvels achter mij zijn acht kilometer ver!

Het was ideaal weer voor een sneeuwschoenwandeling op zee. Het is een ongelooflijk gevoel als je op die onmetelijke witte vlakte staat met de blauwe lucht boven jou. Let trouwens op mijn schaduw. De foto is genomen op de middag en je ziet dat de zon nog niet zó hoog komt.

Met die sneeuwschoenen heb je geen hond nodig. De meeste mensen, die je ontmoet tijdens een wandeling, zijn nieuwsgierig naar die schoenen, waardoor je altijd iets hebt om over te praten…

Door de hevige stormwinden tijdens de blizzard ligt er maar een tiental cm sneeuw op het ijs, zodat het heel gemakkelijk is om op te stappen.
Dat is ook zo voor de dieren, zeker voor de reeën. Ze zakken weg in de diepe sneeuw op het land, waardoor ze een gemakkelijke prooi worden voor predatoren. En ze zijn het lievelingsvoedsel voor lynxen, die hier dan ook veel voorkomen. Vorig jaar vonden we zelfs lynxsporen op de veranda! Maar om ze te zien te krijgen moet je geluk hebben.
De reeën gaan dan ook graag rusten op het ijs als ze niet op zoek zijn naar voedsel. Daar kunnen ze de lynxen gemakkelijk zien aankomen en daar zakken ze ook niet zo diep weg in de sneeuw. We zagen er elf lopen op het ijs, spijtig genoeg wat te ver om duidelijk te fotograferen.
Ze slapen zelfs op het ijs. Als het donker wordt gaan ze liggen om te slapen. We vonden verschillende slaapplaatsen, waar de sneeuw en het ijs gesmolten zijn door hun lichaamswarmte. Je ziet de afdrukken van hun lichaam en voorpoten. Ook hun behoefte doen ze al liggende, waarschijnlijk om warm te blijven.

En zo leer je alle dagen iets nieuws. Als de zon schijnt moet je buiten, het ijs op, de sneeuw in. Dat hebben we geleerd. En de kou? Die deert ons weinig. Want daar kan je je tegen wapenen. Zoals de Zweden zeggen: er bestaat geen slecht weer, er zijn alleen slechte kleren!

Geplaatst in Uncategorized | 9 reacties

Blizzard!

Reeds vorig weekend kwamen er waarschuwingen op radio en TV voor zware storm en sneeuwval in Västernorrland. Een klasse 3 waarschuwing is er de laatste tien jaar niet geweest, dus waren we op onze hoede. Want we wonen pal in het rode gebied op de kaart…

Maandagavond begon het hevig te waaien en te sneeuwen. Het was hallucinant: de stormwind joeg de sneeuwwolken horizontaal voort, het huis kraakte. We namen onze voorzorgen: in Zweden is de stroomvoorziening niet zo zeker als in België. Stroomonderbrekingen worden veroorzaakt door luchtleidingen die het begeven. In een storm is het niet zo vanzelfsprekend die te repareren. Zo zaten na de beruchte storm Gudrun in 2005 duizenden gezinnen drie weken lang zonder stroom in het zuiden van Zweden. Aangezien onze grondwaterpomp werkt met elektriciteit vulden we verschillende grote potten met water. Gelukkig hebben we een goede houtkachel, zodat we geen schrik hadden van te bevriezen. Achteraf hoorden we dat op sommige plaatsen de stroom gedurende de halve nacht en delen van de volgende dag onderbroken was geweest. Maar niet bij ons.

Toen het de volgende morgen licht werd zagen we dat het flink gesneeuwd had en dat de storm voortduurde. Er was dus geen sprake van sneeuwruimen met de harde wind, die de sneeuw als zand in ons gezicht blies. We zagen met lede ogen aan hoe de sneeuwlaag voortdurend dikker werd en hoe de sneeuw opgewaaid werd in duinen van anderhalve meter hoog. Pas na vijf uur ’s avonds konden we ons buiten wagen en de schop, sneeuwslede en sneeuwruimer uithalen. Deuren, ramen en muren plakten vol met sneeuw en ik vroeg mij af of het zou lukken door die sneeuwduinen te breken met de sneeuwruimer. Gelukkig waren we zo vooruitziend geweest een zwaar en krachtig toestel te kopen, zodat het met veel moeite lukte. Na anderhalf uur waren we erin geslaagd de meeste sneeuw grotendeels op te ruimen. De dikte was ongeveer een halve meter, maar met hier en daar anderhalve meter hoge duinen.

Dat was echt nodig geweest. De windsterkte was wel afgenomen, maar er was wel nog de ganse nacht sneeuw voorspeld. ’s Anderendaags zagen we dat er nog een dertigtal cm bijgevallen was. We konden dus weer herbeginnen. Na een uur werken ziet alles er al helemaal anders uit. We kunnen weer de straat op als we dat willen. Alleen in de tuin valt er nog heel wat te doen. Maar dat is handwerk. Morgen beginnen we er aan.

In totaal is er dus ongeveer tachtig cm sneeuw gevallen op anderhalve dag tijd, meer dan er maximaal voorspeld was. Waarschijnlijk is dit een gevolg van de klimaatopwarming. Daardoor komt de sneeuw later, zodat we een groene Kerst hadden, voor de eerste keer sinds ik hier woon. De zee is warmer dan vroeger, zodat er grotere hoeveelheden water verdampen, die dan weer veel meer sneeuw geven.

Maar alles wordt veel duidelijker met een aantal foto’s. Geniet mee met ons van de natuurpracht, na het sneeuwruimen.

Zelfs onder de veranda ligt alles vol met een dikke sneeuwlaag…
We kunnen weer buiten en binnen.
Ook de tuinberging is bereikbaar.
Een pad rond het huis.
Ook het brandhout is weer bereikbaar.
De auto’s kunnen weer buiten.
Achteraan moet er nog een en ander uitgegraven worden…
En het trapje af naar de tuin is ook nog problematisch. De zee ligt er maagdelijk wit bij.

De oprit is ook mooi “uitgesneden”.
Een paar beelden vanop de straat.
De bergpas is weer open…

Geplaatst in Uncategorized | 10 reacties

Coronatijden

Het is meer dan twee jaar geleden sinds ik mijn laatste bijdrage schreef.

Ondertussen is er heel wat gebeurd. We zijn allemaal wat ouder geworden en het begint hier en daar wat te kraken. Als er ergens iets begint pijn te doen gaat dat niet meer over door eens een nachtje goed door te slapen. Het kan weken duren en dan is er wel weer iets anders. Maar ik wil niet klagen. Wij hebben geen levensbedreigende ziektes, we kunnen nog steeds wandelen, paddenstoelen plukken, de tuin en het huis onderhouden en voor onszelf zorgen.

Maar natuurlijk is er ook dat wat ons leven beheerst sinds bijna een jaar: Corona. Het valt onmogelijk te negeren. Waar ik mij echter niet toe wil laten verleiden is in discussie te gaan  over het coronabeleid  en over complottheorieën. Is het coronabeleid in Zweden beter of slechter dan in andere landen? Daar schrijf ik niet over. Het is wat het is. In de toekomst kunnen schrijvers en specialisten nog heel veel tijd en energie verspillen aan zo’n discussies, maar ik ben het hartsgrondig beu. Met mijn achtergrond als licentiaat in de biochemie kan ik wel tamelijk goed inschatten welke onzin er allemaal uitgekraamd wordt door al die amateur-virologen.

Ik hoop wel heel hard dat de mensen, nu de vaccinaties er aan komen, hun gezond verstand zullen gebruiken en ons zullen helpen om ons te verlossen van deze miserie. Want zó veel tijd hebben we nu ook niet meer.

Door corona heb ik ondervonden dat emigratie ook onverwachte nadelen heeft. Ik vond het belangrijk niet op een eiland te gaan wonen of helemaal aan de andere kant van de wereld. Want ik besefte dat het niet zo wijs is enkel te vertrouwen op het vliegtuig om naar België te komen. Maar dat ook Zweden te ver zou blijken had ik helemaal niet verwacht.

We bleven dus thuis vanaf midden maart en vermeden dichte contacten. Dat betekent dat we Barbro’s  kinderen en kleinkinderen enkel buitenshuis ontmoeten en dat we lichamelijke contacten vermijden. In de zomer was het niet zo moeilijk om ergens buiten af te spreken, maar nu het winter is, is dat niet meer zo vanzelfsprekend. Vrienden hebben we bijna niet ontmoet, dus het wordt stilaan tijd dat de tijden beter worden.

Barbro’s 95-jarige moeder woont in Småland, bijna 1000 km naar het zuiden. We wilden haar per sé bezoeken, gezien haar hoge leeftijd. Maar ze is uiteraard ook een risicopatiënt. Daarom maakten we op voorhand maaltijden voor drie personen klaar voor een hele week. Daardoor moesten we niet gaan winkelen en konden we alle dichte contacten met andere personen vermijden. We gingen zelf in volledige quarantaine twee weken voor ons vertrek met de auto. Op die manier bezochten we haar twee keer deze zomer. Maar dat was het dan.

In februari was ik gelukkig nog met het vliegtuig op bezoek geweest bij kinderen en kleinkinderen in België. Maar dat is nu bijna een jaar geleden en het begint door te wegen. Met mijn dochters kan ik videochats houden, maar de kleinkinderen zijn 2, 3, 4 en 5 jaar oud. Zij blijven niet zitten voor het scherm.

We hebben de natste en meest grijze herfst achter de rug sinds meer dan twintig jaar en het heeft lang geduurd vooraleer de kou kwam. Maar nu vriest het tot -15° C en de zee ligt weer bevroren. Er ligt 20 cm sneeuw en voor morgen wordt er een sneeuwstorm verwacht met 50 tot 70 cm nieuwe sneeuw. We zullen zien. Misschien wel een onderwerp voor een volgende bijdrage. En binnenkort trekken we er weer met de sneeuwschoenen op uit!

Geplaatst in Uncategorized | 10 reacties